
Wet bodembescherming
Artikel 95
1
Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de artikelen 18.3 tot en met 18.14, 18.15, onder b, en 18.16 van de Wet milieubeheer van toepassing.
2
Het in artikel 18.2 van de Wet milieubeheer bedoelde bestuursorgaan heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het ten aanzien van de betrokken inrichting bij of krachtens deze wet bepaalde.
3
Onze betrokken Minister, gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en de waterkwaliteitsbeheerder hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van artikel 13.
4
De volgende bestuursorganen hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens • 3 van hoofdstuk IV en artikel 72:
a
in gevallen als bedoeld in de artikelen 63a en 63d: de waterkwaliteitsbeheerder;
b
in gevallen als bedoeld in artikel 88, eerste, tweede en achtste lid en negende lid: burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van de plusregio;
c
in andere gevallen: gedeputeerde staten.
5
Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 12a kan worden aangegeven onder welke voorwaarden en in welke gevallen de bevoegdheid tot bestuursrechtelijke handhaving niet bij het bevoegd gezag maar bij Onze Minister berust.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.